Vis van "O"

Verse vis van "O" om thuis te bereiden.

Restaurant “O” heeft al een gehele tijd de service om vis bij ons te bestellen. Deze service gaan we digitaal eenvoudiger voor u maken zodat ook u thuis de beste visgerechten op tafel kunt zetten. We zijn nu aan het werk om online uw gewenste producten online te bestellen. We gaan geen online webshop opzetten maar we gaan u wel de mogelijkheid geven om een bestelling te plaatsen. Wij nemen na de bestelling contact met u op om de details te bespreken.

Altijd de verste vis

Door de jaren heen hebben we een netwerk van leveranciers opgebouwd waar ook u nu de vruchten van kan plukken.

Recepturen & bereidingswijzen

Met de top producten die we leveren willen we natuurljk dat u deze perfect kan bereiden. Zodoende geven we bij elke bestelling een receptuur en tips mee.

Productkennis met een mooi verhaal

Bij producten die we leveren geven we uitgebreide productkennis zodat u uw gasten aan tafel met een mooi verhaal kunt vertellen over de gerechten op tafel

Schelpdieren

Een greep uit ons schelpdieren assortiment

Super Spéciale Tarbouriech

De luxe Super Spéciale Tarbouriech ® oester wordt op dezelfde wijze gekweekt als de Exquise oester, en wordt gedurende een aantal periodes uit het water gehaald. Traditioneel worden de jonge oesters één voor één op de touwen gelijmd, die vervolgens in het Lagune Meer in de Méditerrannee worden gehangen tot ze worden geoogst. Sinds 2003 heeft Medithau een zeer innovatief groeiproces waarbij ze hoge kwaliteit oesters produceert. Het idee is om de verschijnselen van de getijden te reproduceren. Dit proces verbetert de kwaliteit van de oesters, zowel voor de hardheid van de schelp als voor de smaak en consistentie van het vlees. De zonnestralen verwijderen de overbodige wieren op de schelpen, waardoor de schelp van de oester roze wordt. Als onderdeel van dit project heeft Medithau ervoor gekozen om zonnepanelen te gebruiken bij het kweekproces, zodat er energie uit vrijkomt.

Tapijtschelp / Palourdes

Aan de Middellandse Zee staat de tapijtschelp bekend als palourde of clovisse. Dit ovale en afgeplatte schelpdier is ongeveer vijf cm groot. De kleur van de schelp varieert van wit
tot zwart en van grijs naar geel. De tapijtschelp lijkt een ruitjespatroon te hebben en is altijd gevlekt. De smaak van het fijne en malse vlees wordt bijzonder op prijs gesteld en doet soms denken aan een gepeperde artisjok. Kort koken, in pastasaus, visstoofpotjes, soep.

Kreukels

Worden ook wel alikruiken genoemd, of ‘bigorneaux’ het zijn kleine zeeslakjes. Ze worden veelal, met een naald erbij om de slakjes uit de schelp te peuteren, gegeven als aperitiefhapje. Ze worden gedurende een tiental minuten gekookt in een goed gekruide court-bouillon.

Amandes

De Amande is mooi rond van vorm en heeft een dikke schelp met relatief veel vlees. Het vlees in schelp is stevig en goed van smaak. Hij leeft ingegraven in de bodem tot op een diepte van 20 cm. Amandes wordt het hele jaar gevangen in de Middellandse Zee.

Kokkels

Het Waddengoud; veel mensen eten alleen mosselen. Dat is erg jammer, want er is meer, veel meer. Kokkels bijvoorbeeld, hebben veel vlees en zijn zeer goed van smaak. De Kokkels leven aan de oppervlakte in het zand en zitten zo’n 5 cm diep tot maximaal 20 meter. De kokkel is herkenbaar aan de twee dikke, gele, witte of grijze schelpen met parallelle nerven. Binnenin de schelp, met een diameter van 3 à 4 cm, vindt u een nootje vruchtvlees en een piepklein stukje koraal. Alleen de kleinste kokkels kunnen rauw worden gegeten. Het vlees is stevig en bevat veel jodium. Kokkels zijn niet heel prijzig en worden ook verwerkt in soepen en salades. Kokkels zijn populair in het zuiden van Europa, daar eet men deze lekkernij meestal rauw. Nederland is de belangrijkste producent. De Kokkel wordt ook veel ingeblikt. Kokkels kommen voor langs de Nederlandse kust, maar ook langs de Schotse kust zijn grove kokkels te vinden te vinden.

Vongole

Familie van de tapijtschelp, maar deze uit Italiaanse wateren. Zeker bekend van de overheerlijke ‘Spaghetti Vongole’. Dit ovale en afgeplatte schelpdier is ongeveer vijf cm groot. De kleur van de schelp varieert van wit tot zwart en van grijs naar geel. Vaak iets witter van schelp dan de palourde. Zilt en zoet met een sappige bite.

Vernis

Een grote schelp die voorkomt in de Middellandse Zee. De schelp is prachtig glanzend, licht tot kastanjebruin. Wordt meestal rauw gegeten, maar kan ook prima gegratineerd worden. Mooi vol van vlees. Een delicatesse voor de kenners.

Tellines

Stompe zaagjes of muizentandjes worden vaak rauw gegeten en zijn zeer goed van smaak. Ze zijn echter niet zo groot, maximaal 3 cm. De binnenkant van deze schelp is violet van kleur. Het muizentandje leeft in de ondiepe wateren in zandbodems onder de branding zone. Tellines komen voor in de Middellandse Zee tot aan de Golf van Biskaje en Marokko. Een klein glanzend schelpdiertje, dat vooral bij het aperitief geven wordt. Ze worden snel gebakken, met de schelp, in olijfolie, met look of andere kruiden en ze zijn ook goed in combinatie met pasta.

Mesheften

De Meschede is een buisvormige schelp en heeft een geel/bruine kleur en kan in lengte variëren van 6 tot 18 cm. Aan de voorkant steekt de voet naar buiten aan de achterzijde zit de adembuis. Messchede, ook wel Scheermes genoemd, kan zich ingraven tot op een diepte van 1 meter. De messchede komt voor in de Atlantische Oceaan tot aan de Middellandse Zee.

Clams

Kunnen rauw gegeten worden, maar ze worden meestal gekookt. Ook op een barbecue doen ze het niet slecht. Het vlees is vrij stevig. In de traditionele Amerikaanse keuken wordt er een soep van gemaakt: de clam chowder. Ze worden ook gefruit. Ze zijn in de US een beetje als de mosselen voor de Belgen. In Frankrijk worden ze ook gebruikt in soepen en plateau fruits de mer.

Wulken

De Wulk, ook wel ‘bulots’ genoemd, leeft op een zachte zandbodem tot op een diepte van 1200 meter. De schelp is wit gekleurd aan de binnen zijde en bruin/groen aan de buiten zijde en kan wel 10 cm groot worden. De wulk is een grote zeeslakkensoort die op kermissen en markten in België verkocht worden onder de naam caracollen. Ze worden gekookt gedurende een twintigtal minuten in een zeer sterk gekruide court-bouillon. Langer koken maakt ze alleen maar taaier.

Praires

Dit is een schelp van een zeer hoge kwaliteit. De tweekleppige schelpdieren houden niet zeer lang. Gewoonlijk worden ze verkocht vanaf 2,5 cm, maar ze kunnen zij 5 tot 6 cm bereiken; groot vooral smaken ze het beste wanneer zij een beetje melkachtig zijn. De praires worden rauw gegeten in een plateau fruits de mer, maar smaken ook uitstekend in een pasta.

Witte Venusschelp

De venusschelp – in het Frans praire – is meer afgerond en boller en heeft een diameter van drie tot zeven cm. De schelp varieert van roomwit tot bruin en vertoont concentrische strepen. Het weelderige vlees is steviger en bevat meer zout dan dat van een tapijtschelp, maar de smaak is even fijn en fruitig. Omdat venusschelpen zeldzaam worden, worden ze soms vervangen door soortgenoten waar het vlees magerder en minder fijn van is. Deze schelpen vindt u vaak terug in traditionele Spaanse en Portugese gerechten zoals paëlla.

Verse vis

Een greep uit ons verse vis assortiment

Kabeljauw

De kabeljauw is een vissoort die voorkomt in de Atlantische Oceaan. Hij kan een lengte tot 150 cm bereiken maar meet gemiddeld 80 à 90 cm. De kabeljauw heeft een olijfgroene met bruin gevlekte rug, een witte buik en een lange kindraad. De meeste kabeljauwachtigen zijn gemakkelijk te herkennen aan de 3 rugvinnen en de 2 buik- of anaalvinnen. Kabeljauw behoort tot de rondvissen en het is familie van de kabeljauwachtigen waar ook de wijting, schelvis en koolvis toe behoren. Verblijfplaats: de grootste vangplaatsen zijn Newfoundlandbank, de Lofoten en de Doggersbank. De vissoort leeft op diepte van 20 tot 600 meter dicht bij de bodem. De kabeljauw voedt zich voornamelijk met kreeftjes, krabjes, garnalen, vissen en mosselen. Het vlees van de kabeljauw is fijn van smaak, heeft een losse structuur en is hierdoor eindeloos te combineren. De vis wordt veel gefileerd. Ook de lever van de kabeljauw is zeer smaakrijk. Echter in de zomermaanden zitten de zo geheten luizen op de lever en dan is de lever smaakloos. Kleine kabeljauw heet gul. Gedroogde kabeljauw wordt ook stokvis genoemd en gefrituurde stukken kabeljauw worden wel kibbeling genoemd. Skrei is de naam die hij krijgt in de periode tussen december en april wanneer hij vanuit de Barentszzee naar het noordwesten van Noorwegen migreert om te paaien. De naam Skrei is afgeleid van het Vikingwoord skrida, dat zoiets als ”reizen” betekent.

Skrei kabeljauw

De naam skrei is afkomstig van het Noorse woord voor zwerver (skreid) en slaat op de lange tocht die de vis elk jaar maakt. Skrei is een volwassen winterkabeljauw die op het punt staat te paaien. De vis trekt elk jaar met honderdduizenden tegelijk vanuit de noordpoolcirkel naar de wat warmere wateren rond de Lofoten, een eilandengroep voor de kust van noord Noorwegen. Bij het paaien zwemmen de mannetjes- en vrouwtjeskabeljauwen buik aan buik. Een vrouwtje kan vele miljoenen eitjes bij zich dragen. De bevruchte eitjes stromen met de warme golfstroom mee langs de Noorse kust naar het noorden. Ze groeien uit tot kleine visjes en, wanneer ze niet door andere vissen worden opgegeten, bereiken ze de Barentsz Zee.
De Noorse skrei groeit langzaam. Na 5-7 jaar is skrei volwassen en geslachtsrijp. De volwassen vissen zetten op hun beurt koers naar de Lofoten om te zorgen voor de volgende generatie. Volwassen vissen die na de paaiperiode terugzwemmen naar de Barentsz Zee keren steeds elk jaar terug naar de Lofoten om te zorgen voor het nageslacht.
De skrei visserij speelt al veel eeuwen een belangrijke rol in de Noorse samenleving. Skrei is in Noorwegen wat de ‘Hollandse nieuwe’ voor Nederland is. Een delicatesse waar reikhalzend naar wordt uitgezien. Skrei kenmerkt zich door het spierwitte, stevige visvlees, door de grote trektocht en het weinige voedsel dat onderweg is gegeten.
Skrei wordt in Noorwegen puur gegeten. Vaak gepocheerd met alleen gekookte aardappelen als garnituur.

Snoekbaars

De snoekbaars is een baarsachtige die voorkomt in grotere, enigszins troebele en niet te koude wateren. Overdag zit snoekbaars in diep water, ’s nachts komt de vis bij de oever naar boven. Jonge snoekbaarzen voeden zich voornamelijk met watervlooien. Een volwassen snoekbaars is een roofvis, die voornamelijk andere vissen eet, zoals spiering, voorn, baars en alver. Mannetjes zijn na ongeveer twee jaar geslachtsrijp en vrouwtjes na drie jaar. Het vrouwtje legt dan 200 tot 300 duizend eieren die na een week uitkomen. Een half jaar later zijn de snoekbaarsjes ongeveer 10 cm. De maximale lengte die een snoekbaars kan bereiken is 100-120 cm bij een gewicht van meer dan 10 kilo.
Het visvlees is bijzonder stevig, waardoor het op veel manieren gebruikt kan worden. De smaak is uitstekend en de vis is gemakkelijk te combineren met andere gerechten. De snoekbaars is geschikt om mee te stoven of bakken.

Tongschar

De tongschar is een zoutwatervis die voorkomt in een gematigd klimaat. Ondanks zijn naam is de tongschar geen familie van de tong maar behoort de tongschar tot de scholachtigen. De tongschar is voornamelijk te vinden in zeeën en wateren op een harde ondergrond. De diepte waarop de soort voorkomt is 10 tot 200 meter. De kleur is oranjebruin en de onderzijde is wit. De tongschar heeft een kleine kop en een zeer kleine bek met vlezige lippen. De maximale lengte is 70 cm. Tongschar is een gewaardeerde vissoort met een fijne smaak. Tongschar kan worden gestoofd, gebakken, gefrituurd of gegrild.

Griet

De griet is een straalvinnige vis uit de familie van tarbotachtige, die voorkomt in het noordoosten en het oosten van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee. De griet kan maximaal 75 cm lang en 8000 gram zwaar worden. De hoogst geregistreerde leeftijd 6 jaar. De vis heeft een schijfvorm, maar is iets hoekiger en langgerekter dan de tarbot. In tegenstelling tot de tarbot, heeft de griet een gladde huid. De vis wordt relatief dikker als de grootte toeneemt. De griet is een zoutwatervis die voorkomt in een gematigd klimaat. De diepte waarop de soort voorkomt is 5 tot 50 m onder het wateroppervlak. De griet en de tarbot verschuilen zich vaak langs de randen van diepe geulen. Het eten van de vis bestaat hoofdzakelijk uit vis, met name zandspiering. Hij kan zich enorm goed camoufleren, doordat hij zijn kleur en patroon perfect kan afstemmen op de plaatselijke zeebodem. De langs zwemmende prooi wordt vanuit een hinderlaag verschalkt. Op zanderige bodems heeft griet bijna de kleur van tong en op modderige ondergrond de kleur van pure chocolade. De griet wordt vooral gevangen als bijvangst bij de schol- en tongvisserij.

Tong

Onze Nederlandse visserij heeft zich gespecialiseerd in de vangst op deze platvis. Hij heeft een voorkeur voor relatief ondiep water met een zand- of modder bodem. De tong ligt overdag ingegraven in het zand en gaat ’s nachts op zoek naar voedsel. De tong dankt zijn naam aan de ovaalronde vorm. Zijn kleine oogjes staan dicht bij elkaar aan de rechterzijde van het lichaam. Dat geeft de vis de mogelijkheid om half ingegraven in het zand op een voorbij zwemmende prooi te loeren. De tong wordt net als alle andere platvissen geboren als een ‘gewone’ vis met een oog aan beide zijden van het lichaam. De jonge tong ondergaat al snel, als hij net iets groter is dan 1 cm, een metamorfose tot platvis. Een tong kan maximaal ongeveer 70 cm lang worden.
De naam sliptong wordt gehanteerd voor de kleinste soort. Er bestaat een aantal misverstanden over de juiste schrijfwijze van sliptong. Er zijn nogal wat aanhangers voor de aanduiding slibtong met een ‘b’. ‘Slib’ zou duiden op het slib op de zeebodem waar tong zich graag in verschuilt. ‘Slip’ met een ‘p’ komt echter uit het Engels en betekent klein.
Tong kan op verschillende manieren bereid worden: bakken, grillen, stomen en stoven. Voor de bereiding moet de tong ontveld worden.

Schar

De kleur is lichtbruin tot grijsbruin met kleine roestbruine stipjes, de onderzijde is wit. Schar is een platvis en leeft, net als schol, op een zanderige bodem. De vis voedt zich met schelpdieren en wormen. Dat betekent dat de schar concurrent is van de schol want die voedt zich met dezelfde prooien.

Schol

De schol heeft een gepigmenteerde zijde (donkerbruin tot donkergroen) en over het lichaam heldere oranjerode stippen. De schol wordt maximaal 1 meter lang.
Omdat schol een platvis is en op de bodem leeft, kan de smaak van de schol per bodemsoort nogal verschillen. Schol is een magere vissoort met een vrij neutrale smaak. Kleine schollen worden vaak panklaar verkocht, van grotere schollen koopt men meestal filets.

Tarbot

De tarbot is een zoutwatervis die voorkomt in een gematigd klimaat. De diepte waarop de tarbot voorkomt is 20 tot 70 m onder het wateroppervlak. Tarbot komt veel voor langs de randen van diepe geulen. De tarbot is variabel van kleur en past zich aan de kleur van de bodem aan: meestal zandkleurig tot bruin met veel donkere vlekken en stippen. De tarbot wordt maximaal 1 meter lang. Qua uiterlijk worden tarbot en griet nogal eens verward. Tarbot is ronder van vorm en heeft op de donkere zijde duidelijk voelbare beenknobbels. De smaak van tarbot is erg goed en het vlees is grof van structuur, stevig en wit van kleur. Omdat het visvlees van de tarbot stevig is, leent deze vis zich prima voor veel verschillende bereidingswijzen.

Zeebaars

De rug is grijs of blauw, de flanken zijn zilverkleurige en de buik is gelig of wit. De zeebaars wordt maximaal 80 cm lang. Zeebaars is een sluike, pientere vis. Als de zon namelijk schijnt en de dagen en de nachten helder zijn, wordt aanzienlijk minder zeebaars gevangen. De zeebaars kan dan de boten goed onderscheiden. Bij stormachtig weer zijn de vangsten groter.
De smaak is zoetig en mild met een fijne structuur. Zeebaars kan op vele manieren bereid worden.

Wijting

De rug van de wijting is groenblauw en de flanken zilverkleurig. Aan de basis van de borstvin zit een zwarte vlek. Wijting wordt maximaal 70 cm lang. Wijting behoort tot de familie van de kabeljauw en wordt ook vaak samen met kabeljauw gevangen. Het voedsel van de wijting bestaat uit garnalen en kreeftachtigen. Wijting is een lekkere vis. De vis is wat zachter dan de kabeljauw. Wijting is geschikt om te bakken, te stoven en te roken.

Rode poon

De rug en bovenzijde van de poon zijn lichtrood. De onderzijde is oranje of wit. De rode poon wordt maximaal 40 cm lang. De vis heeft geen zichtbare zijlijn. De vis heeft twee rugvinnen, de eerste met 8 – 11 stekels, de tweede met 14 – 18 vinstralen. De aarsvin heeft 14 – 17 vinstralen.
Poon heeft een fijne smaak en is zoet-garnaalachtig. De poon kan goed worden gestoofd, gebakken of gerookt.

Makreel

De makreel heeft een blauw-groenige rug en een zilverwitte buik, heeft blauwzwarte strepen en een diep ingesneden staartvin. De makreel wordt maximaal 66 cm lang.
Het vlees is stevig en vet maar wel vrij sappig en zacht. De makreel kan goed gegrild of gebakken worden en wordt vaak gerookt verkocht. Door het hoge vetgehalte combineert makreel goed met iets zuurs: wijn, azijn, mierikswortel of mosterd.

Rog

De bovenzijde is geelbruin met onregelmatig gevormde, donkerbruine vlekjes. De onderzijde is witachtig. De maximale lengte is 1 meter. Roggen zijn geen platvissen, maar platte vissen. Platvissen worden geboren als rondvis en na een aantal weken veranderd de lichaamsvorm en neemt deze een platte vorm aan.
De smaak van de rog is zoetig en aangenaam. Het visvlees is stevig. Rog kan goed worden gestoofd en gebakken.

Zeeduivel

De meeste zeeduivels worden in de ondiepe kustwateren van Frankrijk, Spanje en Engeland gevangen en vers aangevoerd. De onprettig ogende kop is er dan meestal al vanaf gesneden. De laatste jaren is zeeduivel tot een van de meest gewaardeerde vissoorten gaan horen. De zeeduivel beweegt weinig en kan niet goed zwemmen. Daarom heeft hij een speciale manier om aan zijn kostje te komen. De zeeduivel heeft een ‘hengel’ boven zijn kop met een pluimpje eraan dat als aas dient, met zijn tanden kan hij de vissen eten die hij op deze wijze heeft gelokt. Door de omvang van de bek en de capaciteit van zijn maag, kan hij tamelijk grote vissen verwerken. Zo is eens een kabeljauw van ongeveer dezelfde lengte als de zeeduivel in zijn maag aangetroffen.
De bovenzijde is roodbruin tot groengrijs met donkere vlekken en de onderzijde vuilwit. De zeeduivel wordt maximaal 2 meter lang.
De smaak van de zeeduivel is heel verfijnd en vergelijkbaar met die van de kreeft. Het vlees is roomwit met een oranje-achtige gloed, glanzend, stevig en zoetig van smaak. Voor de bereiding moet het sterke vlies dat om het visvlees zit, verwijderd worden. Zeeduivel kan gestoofd, gestoomd, gebakken of gegrild worden. Als de kop nog aanwezig is, kan hier soep van worden getrokken.

Heilbot

Heilbot werkelijk de gigant onder de platvissen. De heilbot kan wel 3 meter groot worden maar meet meestal 1 tot 1½ meter. Deze platvis wordt alleen op het noordelijk halfrond gevangen. De vis wordt, omdat hij zo groot van formaat is, meestal in moten of filets verkocht.
Heilbot is een langgerekte, dikvlezige platvis; hij heeft een puntige kop en een lange staart. De kleur van de rug van de heilbot is groen-bruin tot zwart en zijn onderkant is wit.
Heilbot wordt vers, bevroren, als filets maar ook heel aangeboden. Heilbot is een zeer smaakvolle vis met stevig vlees. Heilbot kan goed worden gestoofd, gegrild, gebakken en gerookt.

Roodbaars

De roodbaars is een straalvinnige vis en behoort tot de orde schorpioenvisachtigen die voorkomt in het noordwesten en het noordoosten van de Atlantische Oceaan.
Roodbaars is in de laatste jaren een belangrijke consumptievis geworden door zijn fijne smaak en stevige vlees. De roodbaars leeft tussen 100 – 1.000 meter diepte, waar ze in groepjes bij elkaar leven. Ze voeden zich met diepzeegarnalen en haring. De rug en flanken zijn lichtrood, de buik is roze en de kieuwdeksels grijs. Opvallend zijn de grote ogen en de stekels op de kop. Roodbaars kan een lengte van 100 cm bereiken bij een gewicht van 15 kilo en leeft op een diepte van 1000 meter. Het vlees van de roodbaars is smakelijk en matig vet. De roodbaars kan goed worden gebakken of gerookt.

Dorade

De dorade is een zeebrasemachtige en wordt het hele jaar aangevoerd. In sommige landen, met name Spanje, worden ook zeebrasemsoorten uit verafgelegen zeegebieden (in het bijzonder zuidelijk Afrika) aangevoerd. De doorgaans kleine exemplaren van de dorade die in Nederland op de markt verschijnen komen van de Franse kust. De dorade is zilvergrijs met een grote zwarte vlek bij het begin van de zijlijn, die doorloopt op de bovenzijde van de kieuwdeksels. Op en over de kop loopt een goudkleurige band die begrensd wordt door een donkere zone. De dorade heeft een donkergrijze rug, zilvergrijze flanken met veel bruine lengtestrepen. De dorade wordt maximaal 70 cm lang. De gemiddelde lengte is 35 cm. De dorade heeft een stevige, volle smaak. Dorade kan het beste gestoofd, gebakken, gegrild of gefrituurd worden.

Vis van “O” thuis

Wilt u de vis van “O” thuis bereiden? Stuur ons een mailtje of bel ons en we bestellen de gewenste producten. We staan zorg voor de kwaliteit, we nemen alleen genoeg met het allerbeste en kakelverse. We staan ook klaar met recepten en bereidingswijze mocht u daar vraag naar hebben. Bestellingen kunnen op dit moment allen worden opgehaald in ons restaurant.